Leven in dialoog – ‘Ik en Gij’

DE SCHEPPENDE KRACHT VAN DE ONTMOETING.

 ‘Ik moet het nogmaals zeggen: ik heb geen leer. Ik wijs enkel iets aan… ik wijs naar iets in de werkelijkheid, dat niet of te weinig gezien wordt. Ik neem hem, die naar mij luistert, bij de hand en leid hem naar het raam. Ik open het raam en wijs naar dat buiten is. Ik heb geen leer, ik voer een gesprek.’ Martin Buber

Wat is het, dat Buber aanwijst, wat wordt volgens hem te weinig gezien? Wat betekent het door de woorden van Buber bij de hand te worden genomen, welke weg ontvouwt zich dan? Welk raam wordt door hem geopend en welke werkelijkheid komt in zicht?

Karakter en inhoud:

In 1923 verschijnt het boek ‘Ik en gij’. In dit boek, dat tot de klassiekers van de twintigste eeuw gerekend kan worden, verwoordt Martin Buber op een zeer oorspronkelijke wijze zijn dialogische denken. Het boek is één van de eerste uitingen van ‘het nieuwe denken’, dat voorbij collectivisme en individualisme zoekt naar nieuwe vormen van samenleven en humaniteit. Het dialogische denken wil een antwoord geven op de schokkende ervaringen van de Eerste Wereldoorlog.  Franz Rosenzweig, Ferdinand Ebner, Eugen Rosenstock-Huessy, Gabriel Marcel en later Emmanuel Levinas ontwikkelen ieder op eigenwijze een dialogische filosofie. In de veertig jaren na de verschijning van ‘Ik en gij’ werkt Buber zijn dialogische opvattingen verder uit. De inspiratie, die uitgaat van Bubers dialogische werkelijkheidsbenadering heeft grote invloed op gebieden als theologie, pedagogiek, andragogiek, psychotherapie, psychiatrie en theologie. De dialoog wordt beschouwd als de koninklijke weg naar wederzijds begrip, als brug om conflicten te overbruggen, als voorwaardenscheppend voor menswording

Het begrip ‘dialoog’ heeft zich inmiddels een definitieve plek in het westerse denken verworven. Het speelt een centrale rol in bv. communicatietheorieën, opleidingen conflicthantering, managementtheorieën en interreligieuze ontmoetingen. De wijze, waarop het begrip ‘dialoog’ verstaan wordt heeft vaak weinig binding met de betekenis, die Martin Buber aan het begrip ’dialoog’ toekent. De scheppende en transformerende kracht van de ontmoeting, de transcendente dimensie, welke zich ontvouwt in de ontmoeting, de evocatieve kracht van het Tussen, de ethisch besef en appèl, dat uitgaat van de dialoog, de vernieuwde relatie tot de werkelijkheid, die eruit voortvloeit… ze zijn uit het huidige dialoogbegrip verdwenen. Je zou kunnen zeggen: het zicht op de dieptedimensie van de dialoog wordt door het huidige dialoogbegrip verduisterd.

In de cursus trachten we opnieuw zicht te verwerven op de dieptedimensie van het dialogische leven aan de hand van het boek ‘Ik en gij’. In drie studiedagen verkennen we de rijkdommen, die verborgen liggen in de wereld van ‘Ik en gij’ en beoefenen we ontvankelijkheid voor de rijke zeggingskracht van de woorden, voor de verborgen betekenissen en hun evocatieve karakter.

Dag I:
‘De wereld ontvouwt zich aan de mens op tweeërlei wijze
op grond van ’s mensen tweeledige houding
.’

  • De dubbelstructuur van het menselijk bestaan
  • De twee grondwoorden ‘ik-het’ en ’ik-gij’ en hun onderlinge samenhang
  • Oerdistantie en betrekking
  • De dimensie van het Tussen
  • De vier sferen, waarin het grondwoord ’ik-gij’ gesproken kan worden
  • Dialoog en Transcendentie
  • Identiteit: individu en persoon
  • De evocatieve kracht van het Tussen
  • De vrijheid van de dialogische mens

Dag II: ’Ik ontsta aan het gij, terwijl ik een ik word, zeg ik gij.’

  • De Weg van ontmoeting en disidentificatie
  • De transcenderende beweging: loslaten en toewenden
  • Dialogische kernbegrippen: omkeer en wending, wederzijdse bevestiging, inclusiviteit, existentieel vertrouwen, openheid, verantwoordelijkheid, ontvankelijk luisteren, gehoor geven, toevertrouwen
  • Het oneindige ethos van het ogenblik
  • Hier en nu: de beslissende stap tot vernieuwing van de relatie met de werkelijkheid
  • Persoonlijke heelheid: de integratie van beide grondwoorden in een tot eenheid gekomen leven

Dag III:
‘Elk bijzonder Gij is een doorkijk naar het Eeuwige Gij.’

  • Het Eeuwige Gij,
  • Transcendentie en openbaring
  • Het geheim, dat zich meedelende is
  • Aan de grens van het Zijn
  • In de zuivere relatie treden
  • Het eeuwige midden van de weg
  • Tegenwoordig-zijn en het heiligen van de werkelijkheid
  • Het hermeneutisch imperatief van Martin Buber

Werkwijze:

De werkwijze van de cursus is gebaseerd op de dialogische hermeneutiek van Buber. In deze benadering is het wat-inzicht in en kennis van inhouden en betekenissen van de dialogische werkelijkheidsbejegening- onlosmakelijk verbonden met het hoe – de wijze, waarop inzichten en kennis gedeeld en verworven worden. Theorie en methode, inzicht en toepassing vormen samen een ondeelbaar geheel, een dialogische praxis. Het dialogische leren baseert zich op de levende dialoog als dragend Midden van het leerproces.  Op deze dialogische leerweg wordt gebruik gemaakt van een viervoudige benadering om de dieptedimensie van ‘Ik en gij’ te ontsluiten:

  1. elk thema wordt ingeleid met een anekdote uit het leven van Buber, een Chassidisch verhaal, een citaat van een filosoof of een gedicht. Deze inleidingen hebben een wegbereidend karakter: ze scheppen een ontmoetend kader en nodigen uit om ontvankelijk en aandachtig luisterend aanwezig te zijn.
  2. Vervolgens staan we stil bij een citaat uit ‘Ik en gij’. Deze citaten vragen eerder om een contemplatief beluisteren, een aandachtig proeven van de woorden, een ‘door zich heen laten gaan van hun verborgen zeggingskracht’, dan om een verstandelijk, analytische aanpak. De cursisten worden uitgenodigd om de woorden van Buber als ‘gij’ te bejegenen, om het grondwoord ‘Ik-gij’ tot de tekst te spreken. Dit grondwoord, door Buber het heilige grondwoord genoemd, opent het leerproces voor de dimensie van het ‘Tussen’, het levende Midden van de dialoog. Het dialogische leven en leren is één permanente oefening in ontvankelijkheid voor deze scheppende Tegenwoordigheid. De ontvankelijkheid voor ‘de stem van het Tussen’ wordt door Buber ‘het hermeneutische imperatief’ genoemd. Elk citaat wordt in een gezamenlijk gesprek verkend in het licht van de vragen en betekenissen, die zich op dat moment aandienen.
  3. Op basis van de uitkomsten van dit verkennende gesprek wordt het citaat inhoudelijk besproken: je zou dit het spreken van het grondwoord ‘ik-het’ tot de tekst kunnen noemen. Het spreken van het grondwoord ‘ik-het’ vindt plaats in het licht en verlengde van het ‘gij-zeggen, heeft met andere woorden een dienend karakter met als doel: verhelderen van de tekst, inzicht verwerven in onderliggende betekenissen, verbinden van inzichten met eigen denken, en het hanteerbaar maken van het besprokene.
  4. De vierde stap is die van toe-eigening en doorwerking: hoe integreer ik het gehoorde en geleerde in mijn wijze van leven, hoe transformeert het gehoorde mijn beleving van de werkelijkheid, hoe leer ik ‘gij’ zeggen in de wisselende omstandigheden van het dagelijks leven?

Voor:

Iedereen, die geïnteresseerd is in het dialogische denken van Martin Buber. De cursus vereist geen specifieke voorkennis, noch op het gebied van de filosofie, noch van het werk van Buber.  Het poëtisch-filosofische taalgebruik van ’Ik en gij’ wordt vaak als moeilijk toegankelijk ervaren. Dit gegeven hoeft niet af te schrikken: elk ‘Buberiaans’ inzicht wordt in een reeks ‘vertaalstappen’ tot een be-leefbaar begrip omgevormd.

Het beoefenen van de dialoog maakt integraal deel uit van de cursus. We gebruiken hiertoe verschillende dialogische werkvormen, in tweetallen, in kleine groepjes en in de hele groep. Van de cursisten wordt -geheel in overeenstemming met de inhoud van de cursus- een open leerhouding verwacht en de bereidheid actief deel te nemen aan de diverse dialoogvormen.

De cursus is inclusief werkmateriaal en koffie/thee; de cursisten dienen zelf een exemplaar van ‘Ik en gij’ aan te schaffen.

Deze cursus wordt op aanvraag verzorgd.